Nieuws

Graag delen wij met u relevante ontwikkelingen vanuit ons vakgebied. Deze publicaties bevatten praktische tips, oplossingen en wellicht inspiratie om uw kennis verder te verrijken.

Het hoe en waarom van een cyberverzekering.

Steeds meer bedrijven sluiten een zogenaamde cyberverzekering af. Zo willen zij zich beschermen tegen de financiële gevolgen van cybercriminaliteit. Denk hierbij aan hackers of DDoS-aanvallen. Wat houdt een dergelijke verzekering in? Hoe zinnig is het om een cyberverzekering af te sluiten? Graag zetten wij het een en ander voor u op een rijte.

Wat is een cyberverzekering?

Een cyberverzekering is een verzekering die bedrijven beschermt tegen de financiële risico’s van cyberaanvallen, zoals aanvallen van hackers, virussen of DDos-aanvallen. Deze aanvallen kunnen een bedrijf platleggen of ervoor zorgen dat gevoelige informatie in de verkeerde handen terechtkomt. De schade van een cyberaanval is vaak aanzienlijk. Dit geld gaat onder andere op aan het herstel van de getroffen systemen, afhandelen van schadeclaims, en misgelopen inkomsten. Een cyberverzekering vergoedt deze kosten voor een groot deel.

Dekken mijn overige verzekeringen deze risico’s niet?

Deze schade wordt vaak niet of niet volledig gedekt door andere verzekeringen. Technische verzekeringen, brandverzekeringen en aansprakelijkheidsverzekeringen dekken alleen materiële schade en/of letselschade. Verloren gegane digitale informatie telt niet als materiële schade. Fraudeverzekeringen dekken bepaalde financiële schade wel. Maar dan moet er sprake zijn van daadwerkelijk verlies van saldo op bankrekeningen. Met andere woorden: er moet geld van je bedrijf gestolen worden. Misgelopen inkomsten, herstelkosten en schadeclaims vallen hier niet onder.

Is een cyberverzekering nuttig voor mij?

Veelal denken ondernemers bij de term “cyberaanval” aan aanvallen op grote bedrijven als overheden, multinationals en banken. Deze aanvallen staan immers veelal in de krant. Maar ook kleinere bedrijven worden steeds vaker aangevallen. Omdat zij minder middelen voor computerbeveiliging beschikbaar hebben zijn zij steeds vaker een gemakkelijke prooi. Het is dus belangrijk om u te beschermen tegen cybercriminelen. Naast de diverse preventieve maatregelen die u kunt nemen kan ook een cyberverzekering een nuttige aanvulling zijn, ongeacht hoe groot u bent.

Hieronder tref u een aantal voorbeelden aan waarop u kunt rekenen indien u een cyberverzekering heeft afgesloten.
De verzekering vergoedt de financiële schade in geval van een cyberaanval (tot op een bepaalde hoogte) denk hierbij aan:

• Aansprakelijkheid

Als uw netwerk wordt gehackt, kan er vertrouwelijke informatie in verkeerde handen vallen. Denk aan financiële gegevens of klantendossiers. Uw bedrijf kan hiervoor aansprakelijk worden gesteld. Dit is niet verzekerd op een ‘standaard’ Aansprakelijkheidsverzekering. Cyberrisk biedt u ondersteuning als u aansprakelijk wordt gesteld door anderen voor schade die zij door uw ICT-activiteiten oplopen. Als u aansprakelijk bent, wordt de schade vergoed. Is er discussie over de aansprakelijkheid dan wordt u geholpen bij het verweer.

• Boetes

Iedere ondernemer in Nederland is wettelijk verantwoordelijk voor de privacygevoelige informatie in zijn bedrijf. Bij overtreding van de meldplicht datalekken kunt u een boete krijgen. U kunt hulp krijgen bij het inrichten van uw bedrijfsvoering zodat u het maximale heeft gedaan om boetes te voorkomen. Krijgt u na een cyberincident toch een boete van de Autoriteit Persoonsgegevens dan is er een mogelijkheid om deze vergoed te krijgen.

• Schade bedrijf

Een hacker of virus kan uw website, software of andere digitale eigendommen zo beschadigen dat herstel niet mogelijk is. Ook kunnen gegevens verloren gaan. U krijgt dan een vergoeding van de kosten om deze te vervangen. Ook de kosten van gestolen data en software worden vergoed.

• Winstverlies

Na een aanval met ransomware of een cyberaanval kan uw bedrijf of netwerk langere tijd onbereikbaar zijn en kunnen uw bedrijfsactiviteiten stil komen te liggen. Dit kost u klanten en omzet, terwijl uw vaste lasten doorlopen. Er bestaan mogelijkheden om dit verlies op te vangen.

Daarnaast biedt een verzekeraar veelal hulp aan van experts, deze experts kunnen meedenken over passende beschermingsmaatregelen ter voorkoming van schade. Daarnaast wordt hulp geboden voor het opstellen van een Incident Response Plan. Met dit plan beschrijft u wat er moet gebeuren als uw bedrijf te maken krijgt met cybercrime.

Als u toch met cybercrime te maken krijgt is het mogelijk om toegang te krijgen tot een helpdesk die u bijstaat om zo snel mogelijk weer operationeel te zijn. Ook zal er een forensisch onderzoek moeten plaatsvinden naar de oorzaak en gevolgen van de cyberaanval.

En mocht het bijvoorbeeld gebeuren dat uw klantgegevens op straat liggen, kunt u rekenen op hulp met PR en communicatie.
Wilt u meer weten over dit onderwerp neem dan gerust contact met ons op.

Variabele ingangsdatum pensioenuitkering

Er is de laatste tijd nogal wat verandert inzake de ingangsdatum van het oudedagspensioen. Voorheen liep de ingangsdatum van het oudedagspensioen synchroon met die van de ingangsdatum van de AOW uitkering. Thans is er in de meeste gevallen sprake van 3 verschillende datums waarop de oudedagsvoorziening ingaat: 1) 65 jaar voor oude pensioenaanspraken, 2) 66 jaar tot 67 jaar en 3mnd voor de AOW en 3) 68 jaar voor pensioenaanspraken > 01-01-2018. Gelukkig kennen de meeste pensioenregelingen de mogelijkheid van uitstel-, of vervroeging van de pensioenleeftijd waardoor de werknemer zelf kan bepalen wanneer hij/zij een oudedagspensioenuitkering gaat ontvangen.

De wettelijke uitstelperiode voor het oudedagspensioen is maximaal 5 jaar na de AOW-ingangsdatum. Het zogenaamde “doorwerkvereiste” is hierbij komen te vervallen.

Vervroegen kan vanaf 61 jaar, maar de pensioenuitkering wordt ong. 8% lager met ieder jaar dat er vervroegd wordt (dubbele degressie), er is dus tevens een “natuurlijk maximum” aan het aantal jaren dat je kunt vervroegen.

Een werknemer kan dus (een deel) van zijn/haar oudedagspensioen opnemen om bijv. een dag in de week minder te werken. Op deze wijze kan een oudere werknemer toch aan het arbeidsproces deel blijven nemen.

Voor werknemers die na hun AOW-ingangsdatum nog door willen werken is er ook het een en ander gewijzigd:

Bij het bereiken van de AOW-Leeftijd kan de werkgever de arbeidsovereenkomst zonder tussenkomst van de rechter of het UWV ontbinden. De opzegtermijn van een AOW-er bedraagt 1 maand.

Ketenbepaling; Voor mensen die doorwerken na de AOW-gerechtigde leeftijd in een nieuw dienstverband, ontstaat er pas van rechtswege een contract voor onbepaalde tijd na zes tijdelijke contracten, of na verloop van 48 maanden. Bij een vast dienstverband gelden de gewone ontslagregels, maar hoeft er bij ontslag van een AOW-er geen transitievergoeding te worden betaald.

Ziekte; Als de AOW-er ziek wordt dan hoeft de werkgever het loon maximaal 13 weken door te betalen in plaats van 104 weken. Tevens gelden er minder zware re-integratie verplichtingen. Deze maatregel wordt in 2018 geëvolueerd. (Bij positieve uitkomst kan de termijn van 13 weken terug naar 6 weken).

Loon; De AOW-er heeft recht op tenminste het minimumloon of het Cao-loon dat geldt voor andere werknemers die hetzelfde werk verrichten. Werkgever is niet verplicht om het aantal werkuren van een AOW-er op zijn/haar verzoek uit te breiden.

Veel vraagtekens rondom partnerpensioen

Nederlanders snappen weinig van partnerpensioen en van de grote financiële gevolgen die een overlijden voor de nabestaanden kan hebben. Dat is de conclusie uit onderzoek dat Motivaction deed in opdracht van Aegon. Slechts een op de drie weet überhaupt dat partnerpensioen met overlijden heeft te maken. Wat in de verwarring ook niet helpt: wie precies partner is kan per regeling verschillen, net als het recht op een uitkering.

Meer gelijkheid in de regelingen en betere informatie aan werknemers en werkgevers over de werking van het partnerpensioen zijn daarbij belangrijke aandachtspunten."

Zorgwekkend

Uit het onderzoek van Motivaction onder werkende Nederlanders met een partner komen volgens Aegon "zorgwekkende resultaten. Zo heeft een op de drie geen idee of ze recht hebben op partnerpensioen en weet meer dan de helft niet wat het financieel betekent voor hun partner als hij voor de pensioendatum overlijdt. Terwijl ook een op de drie zich te rijk rekent en een uitkering verwacht van minstens zeventig procent van het laatstverdiende loon.

In werkelijkheid is dat minder dan de helft van het laatstverdiende loon.

"De verwarring onder werknemers wordt gevoed door het gebrek aan uniformiteit in het partnerpensioen. Wie precies als partner wordt erkend, verschilt per regeling. Soms is dat beperkt tot gehuwden en mensen met een geregistreerd partnerschap of een notariële akte. Als je dan samenwoont zonder zulke papieren en je partner overlijdt, krijg je dus niets. Ook al woon je al jaren samen onder één dak.

“Het hangt ook van je pensioenregeling af of je sowieso recht hebt op partnerpensioen. Niet iedere regeling kent een voorziening bij overlijden.

Waar die regeling wel bestaat, heb je twee smaken. Bij sommige werkgevers bouw je een partnerpensioen met een blijvende waarde op, terwijl je in andere regelingen weer alleen bent verzekerd voor overlijden tijdens je dienstverband. Als je daar uit dienst gaat en je overlijdt, dan krijgt je partner niets.”

Financiële problemen

Over de hoogte van het partnerpensioen meldt een kwart van de werknemers dat ze in de financiële problemen komt als hun partner overlijdt. Een derde denkt dat – andersom - hun partner te weinig geld krijgt als zijzelf overlijden. Zestig procent weet niet dat een eerder huwelijk van invloed is op de hoogte van de uitkering aan de huidige partner.

Uit het onderzoek blijkt dat vooral kwetsbare groepen – jongeren, laagopgeleiden, mensen met een laag inkomen - slecht op de hoogte zijn van partnerpensioen en zich dan ook minder goed indekken tegen een terugval in inkomen. Voor zover ze bekend zijn met partnerpensioen, willen dan ook vooral deze groepen één regeling die bij alle werkgevers hetzelfde is.

Verzamelwet pensioenen 2019 aangenomen

Op 11 december nam de Eerste Kamer het wetsvoorstel Verzamelwet pensioenen 2019 aan. Wij lichten er voor u een aantal punten uit.

Verzamelwet pensioen 2019

Deze wet wijzigt de Pensioenwet en enkele andere wetten en beoogt een verbetering van de pensioenwetgeving. Het wetsvoorstel bevat onder meer wijzigingen in het kader van de volgende onderwerpen:

  • Waardeoverdracht;
  • Overbruggingspensioen;
  • Versterken medezeggenschap bij kleine ondernemingen.

Waardeoverdracht klein pensioen

In de Pensioenwet staat dat pensioenuitvoerders kleine pensioenen (2018: €474,11) twee jaar na einde deelneming eenzijdig kunnen afkopen. Dat moeten ze dan binnen zes maanden doen. Door de Wet waardeoverdracht klein pensioen wordt dit eenzijdig recht op afkoop met ingang van 1 januari 2019 afgeschaft en vervangen door een automatisch recht op waardeoverdracht.

De huidige eenzijdige afkoopmogelijkheid binnen zes maanden na twee jaar na einde deelneming wordt volledig van toepassing op alle kleine pensioenen die zijn ontstaan vóór 1 januari 2018.

Overbruggingspensioen

Tot 1 juli 2016 bestond een tijdelijke regeling waarbij variabilisering werd toegestaan van al ingegaan ouderdomspensioen. Deze regeling was specifiek bedoeld voor mensen die vóór 1 januari 2016 vervroegd met pensioen waren op het moment dat de AOW leeftijd (versneld) werd verhoogd.

De tijdelijke regeling stelde hen in staat om de onverwachte verhoging van de AOW-leeftijd op te vangen door de uitkering alsnog te variabiliseren. Deze goedkeuring was nodig omdat de mate van variabilisatie van pensioen in beginsel uiterlijk bij het ingaan van het pensioen moet worden vastgesteld.

Er zijn ook mensen die ná 31 december 2015 vervroegd met pensioen zijn gegaan, en vanaf 2022 te maken kunnen krijgen met een hogere AOW-leeftijd dan de AOW-leeftijd die volgens de stand van zaken ten tijde van het ingaan van pensioen voor die mensen zou gelden. Dit betreft mensen die hun ouderdomspensioen met meer dan vijf jaar hebben vervroegd. Een leeftijdsverhoging van de AOW wordt immers vijf jaar van tevoren aangekondigd.

De Pensioenwet wordt zodanig gewijzigd dat - wanneer het pensioen al is ingegaan en de wettelijke AOW-ingangsdatum wordt verhoogd - de variatie uiterlijk moet worden vastgesteld bij het bereiken van de AOW-leeftijd, zoals die die van toepassing was voor deze verhoging.

Versterken medezeggenschap kleine ondernemingen

De Verzamelwet Pensioenen 2019 versterkt de informatierechten van personen die werkzaam zijn in een kleine onderneming waar geen ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging is ingesteld. De Wet op de ondernemingsraden (WOR) wordt daarop aangepast.

Uitgangspunt is dat in een dergelijke kleine onderneming ten minste twee keer per jaar een personeelsvergadering wordt gehouden.

In het huidig recht ontbreekt een expliciet recht om op verzoek informatie te ontvangen over de arbeidsvoorwaarde pensioen die werknemers nodig kunnen hebben ten behoeve van de personeelsvergadering. Dit informatierecht wordt nu expliciet in de WOR opgenomen. Als de informatie schriftelijk bij de ondernemer beschikbaar is, dan moet de ondernemer de informatie schriftelijk verstrekken.

De in de onderneming werkzame personen kunnen enkel informatie opvragen over de arbeidsvoorwaarde pensioen, voor zover die relevant is voor het collectief van de in onderneming werkzame personen. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan voorstellen tot vaststelling, wijziging of beëindiging van de pensioenregeling. Omdat ook wijzigingen in de uitvoeringsovereenkomst van invloed kunnen zijn op de arbeidsvoorwaarde pensioen, en dus onderwerp van advies kunnen zijn, krijgen de in de onderneming werkzame personen een vergelijkbaar expliciet informatierecht ten aanzien van elke voorgenomen vaststelling, wijziging of intrekking van een uitvoeringsovereenkomst of uitvoeringsreglement. Daarnaast krijgt de personeelsvertegenwoordiging een initiatiefrecht. Hiermee kan de personeelsvertegenwoordiging het onderwerp pensioen agenderen voor overleg. De ondernemer is vervolgens ook verplicht hierover in overleg te treden.

Werkgever krijgt compensatie voor loondoorbetaling bij ziekte

Voor veel (kleine) werkgevers is de twee jaar durende loondoorbetalingsplicht bij ziekte een zware last om te dragen. In het regeerakkoord stelde het kabinet daarom voor de loondoorbetalingsplicht voor werkgevers met minder dan 25 werknemers te verkorten naar maximaal één jaar. Maar dit plan bleek onuitvoerbaar. Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaf toen aan open te staan voor alternatieve maatregelen. Hij heeft nu met werkgeversorganisaties en het Verbond van Verzekeraars afspraken kunnen maken. Door deze afspraken moet de loondoorbetalingsplicht bij ziekte minder zwaar worden, hoewel deze onveranderd twee jaar blijft duren.

Per 1 januari 2020 een ‘MKB verzuim-ontzorgverzekering’

De afspraken over ziekte en re-integratie zijn met name gemaakt om kleine werkgevers te ontlasten. Toch profiteren (middel)grote werkgevers hier ook van. Het gaat om de volgende plannen:

  • Vanaf 2020 moet er een goed betaalbaar type verzuimverzekering (tool) komen die kleine werkgevers écht ontzorgd: de MKB verzuim-ontzorgverzekering. Deze dekt het financiële risico én helpt bij de verplichtingen en taken rondom de loondoorbetaling bij ziekte. De verzekering is ‘Poortwachterproof’, waardoor een eventuele loonsanctie niet voor rekening van de werkgever komt als hij de adviezen van de verzekeraar heeft opgevolgd.
  • Vanaf 2021 ontvangen werkgevers een financiële tegemoetkoming voor de kosten van het tweede loondoorbetalingsjaar. Hier wordt € 450 miljoen per jaar voor vrijgemaakt. Het gaat om een korting op de premieheffing, die ruim € 1.000 per werkgever zou bedragen. Kleine werkgevers kunnen dit geld gebruiken voor de verzuim-ontzorgverzekering. Een specifieke tegemoetkoming voor kleine werkgevers is nu niet mogelijk. Maar de minister wil uiterlijk per 2024 de korting vervangen door een lagere Aof-premie voor alleen kleine werkgevers.
  • Vanaf 2021 beoordeelt de verzekeringsarts van UWV niet meer het medisch advies van de bedrijfsarts bij de toets van de re-integratie-inspanningen na twee jaar ziekte (RIV-toets). Problemen door een verschil in inzicht tussen de bedrijfsarts en verzekeringsarts over de belastbaarheid van een werknemer verdwijnen daardoor. De RIV-toets wordt vanaf 2021 volledig uitgevoerd door arbeidsdeskundigen van UWV. Vervult een werkgever de plichten die horen bij het medisch advies van de bedrijfsarts, dan volgt geen loonsanctie.
  • De rol van zieke werknemers wordt verstevigd. Zij moeten in het plan van aanpak en de eerstejaarsevaluatie hun visie op het re-integratietraject geven. Dat moet tot meer betrokkenheid bij de re-integratie leiden van zowel werkgever als werknemer.
  • Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, UWV en het Verbod van Verzekeraars werken samen aan betere communicatie over het thema loondoorbetaling bij ziekte, zodat werkgevers beter weten waar ze aan toe zijn en wat er van ze verwacht wordt.

AOW-leeftijd in 2024 niet omhoog

De AOW-leeftijd gaat in 2024 niet omhoog. In 2024 hebben mensen recht op AOW met 67 jaar en drie maanden. Daarmee blijft de AOW-leeftijd gelijk in 2022, 2023 en 2024. Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft dit vastgesteld op basis van de jaarlijkse raming van de levensverwachting door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en een wettelijk vastgelegde formule voor de vaststelling van de AOW-leeftijd.

De AOW-leeftijd wordt vanaf 2022 automatisch aangepast aan de levensverwachting op 65-jarige leeftijd. Eventuele verhoging wordt vijf jaar van te voren aangekondigd. Indien nodig geeft dit mensen de tijd om bijvoorbeeld extra te sparen voor hun (aanvullend) pensioen.

De levensverwachting stijgt weliswaar enigszins in 2024, maar niet zoveel dat de AOW-leeftijd moet worden aangepast. Afgelopen jaren werd de AOW-leeftijd in 2022 en 2023 ook vast gesteld op 67 jaar en drie maanden. De levensverwachting blijft op langere termijn wel stijgen, maar de stijging verloopt niet gelijkmatig.

De AOW-leeftijd is nu 66 jaar, volgend jaar 66,4 jaar. Tot 2022 gaat de AOW stapsgewijs omhoog. Het kabinet Rutte-I heeft dat in 2012 besloten om de oudedagsvoorziening ook in de toekomst betaalbaar te houden.

Menselijke handelen is de belangrijkste oorzaak van bedrijfsbranden in Nederland.

En daarmee is het één van de grootse bedreigingen van de bedrijfscontinuïteit in het midden- en kleinbedrijf. Bij schade door brand komen veel bedrijven stil te liggen en uiteindelijk gaat 50% van de bedrijven zelfs failliet. Preventieve maatregelen zijn daarom essentieel. In dit bericht treft u de top 10 van oorzaken aan en een aantal eenvoudige tips waarmee u brand kunt voorkomen.

Menselijke handelen de belangrijkste oorzaak van brand. Denk hierbij aan ongelukken als gevolg van verkeerd machinegebruik, brand dat ontstaat na het aanrijden van een elektriciteits-voorziening in het magazijn, maar ook het roken van sigaretten en het onzorgvuldig omgaan met brandbare stoffen komen nog steeds veelvuldig voor.

Na menselijk falen, komt brand als gevolg van 'elektra' als belangrijkste brandoorzaak naar boven. Deze branden ontstaan vaak na kortsluiting in verouderde stoppenkasten, maar ook in stopcontacten; bijvoorbeeld door kwalitatief slechte of beschadigde opladers of het onnodig aan laten staan van apparatuur. Wat verder opvalt in de top 10 is dat veel branden ontstaan door 'externe' factoren; bijvoorbeeld brand in of bij een naburig pand, maar ook door brandstichting, inbraak of bliksem.

U kunt als ondernemer dus nog zo voorzichtig zijn, u bent toch vaak nog afhankelijk van andere mensen of factoren om u heen. Het is belangrijk dat ondernemers zich hiervan bewust worden. Kijk daarom verder dan uw eigen pand en bespreek mogelijke risico's met aangrenzende ondernemers en/of omwonenden. Vaak zijn er gezamenlijk goede oplossingen te realiseren die veel ellende kunnen voorkomen

De top 10 van brandoorzaken:

  • Menselijk handelen
  • Brand Elektra
  • Brandstichting
  • Brand Naburig
  • Bliksem
  • Hennep
  • Brand Broei
  • Brand dakdekken
  • Montagefouten o.a. zonnepanelen
  • Overige en onbekend

Enkele belangrijke tips ter voorkoming van brand die u eenvoudig zelf kunt realiseren zonder extra kosten treft u hieronder aan:

Ruim op

  • In de praktijk gebeurt dat te weinig. De kans op brand neemt af als u bijvoorbeeld na elke zaagklus de werkplaats even stofzuigt. Maar ook stof op kantoor of in een paskamer van een winkel is een brandversneller. Schoonmaken vertraagt de ontwikkeling van een beginnend brandje.

Zet geen voorwerpen of auto’s vlakbij je gevel

  • Vracht- en bestelauto's zijn een dankbaar object voor brandstichters. Het vuur slaat zo over op het pand. Ook pallets, vuilcontainers of andere voorwerpen tegen de gevel zijn geliefd bij pyromanen, maar kunnen ook bij spontane verbranding veel schade veroorzaken.

Sluitronde door medewerker die als laatste weggaat

  • Loop een brand- en sluitronde als u als laatste het pand verlaat. Let er niet alleen op dat ramen en tussendeuren gesloten zijn, maar brandt er geen overbodige verlichting en staat het koffiezetapparaat uit. Een controlelijst is hier een handig hulpmiddel voor.

Zorg voor veilige nachtverlichting tegen inbrekers

  • Een of meerdere lampen laten branden om inbrekers af te schrikken is een goed idee. Controleer wel of de lamp brandveilig is. Lampen geven vaak veel warmte af en kunnen onder 'gunstige' omstandigheden brand veroorzaken. Een flikkerende TL-lamp kan een potentiele brandveroorzaker zijn.

Een alarm¬systeem

  • Wat heeft een alarm¬systeem met brand te maken? Alles. Veel inbrekers wissen hun sporen maar al te graag met een lucifer. Een alarm¬systeem heeft een dubbele werking. U voorkomt diefstal én brandstichting. Zo betaalt een alarm¬systeem zich snel uit.

Blusmiddelen zijn altijd binnen handbereik

  • Direct na aankoop hangen of staan de blusmiddelen altijd op de goede plek. Zet de blusmiddelen nooit 'even' op een andere plek, en zet er ook niets voor. Check voor de zekerheid regelmatig of alle blusmiddelen nog bereikbaar zijn. En zorg ervoor dat iedereen weet waar de blusmiddelen hangen.

Weet hoe blusmiddelen werken

  • Bij een beginnende brand weten veel medewerkers niet hoe de blusmiddelen werken. Branden worden hierdoor vaak onnodig groter. Zorg er daarom voor dat niet alleen de BHV'er over deze kennis beschikt.

Zorg voor een ‘gezonde’ spanning

  • Veel branden ontstaan door ondeskundig gebruik van elektrische apparaten, gebrekkige apparatuur of een onveilige elektrische installatie. Zorg daarom voor veilige apparaten en voor een zorgvuldig aangelegde elektrische installatie. En hou het onderhoud up-to-date. Trek laders uit het stopcontact zodra apparatuur is opgeladen.

Verdiep je in innovatieve melders

  • De ontwikkelingen op het gebied van innovatieve melders gaan snel. Veel apparatuur is tegenwoordig met elkaar te verbinden (Internet of Things), wat weer handige informatie kan opleveren. Gaat opeens de temperatuur in uw bedrijfspand omhoog, dan kan het raadzaam zijn om via de webcam even polshoogte te nemen en de brandweer te waarschuwen bij een echte calamiteit.
  • Dividendbelasting niet afgeschaft! Wat zijn de gevolgen?

    Het kabinet heeft bekend gemaakt dat de afschaffing van de dividendbelasting niet door gaat. Het hierdoor vrijgekomen bedrag van € 1,9 mld laat het kabinet geheel ten goede te laten komen aan het bedrijfsleven in de vorm van lastenverlichting van de vennootschapsbelasting. De vennootschapsbelasting wordt in kleine stapjes verlaagd.

    Tarieven vennootschapsbelasting

    Het doel van deze wet is dat de pensioendeelnemer:

    Winst 2018 2019 2020 2021
    Vanaf € 200.000 25% 25% 22,5% 20,5%
    Tot en met € 200.000 20% 19% 16,5% 15%

    De aangekondigde regeling, die DGA’s ontmoedigt om bedragen groter dan € 500.000,– te lenen bij hun bv, wordt ietwat verzacht. Eigenwoningschulden zullen buiten het bereik van de regeling vallen.

    Informatieplicht werkgever t.a.v. pensioen

    De Pensioenwet verplicht de werkgever zijn pensioenovereenkomst met de werknemer na te komen. Daarnaast geeft de wet, ter bescherming van de werknemer, voorschriften over de uitvoering van de pensioenregeling. Uitgangspunt van de Pensioenwet is dat pensioen een arbeidsvoorwaarde is.

    De Pensioenwet regelt tevens een wettelijk recht op voorlichting over het pensioen van de pensioendeelnemers. Concreet betekent dit dat werkgevers en pensioenuitvoerders (pensioenfondsen en pensioenverzekeraars) verplicht zijn de werknemer te informeren over zijn pensioen.

    De wettelijke informatieplicht is geregeld in de Wet Pensioencommunicatie.

    Het doel van deze wet is dat de pensioendeelnemer:

    • weet hoeveel pensioen hij kan verwachten
    • kan nagaan of dat voldoende is
    • zich bewust is van de risico’s van de pensioenvoorziening

    Een pensioenuitvoerder mag de communicatie met zijn deelnemers digitaal uitvoeren, tenzij de deelnemer hier bezwaar tegen maakt. In dat geval vindt de communicatie schriftelijk plaats.

    In de Wet Pensioencommunicatie is ook een rol voor de werkgever opgenomen.

    Uit het onderzoek van TNS-NIPO (2012) is gebleken dat werknemers hun werkgever als eerste aanspreekpunt zien voor pensioenzaken en dat een prominente rol van de werkgever een positieve bijdrage kan hebben op het pensioenbewustzijn van de werknemer. Daarnaast is de werkgever al verantwoordelijk voor informatieverstrekking over arbeidsvoorwaarden en dus ook pensioen.

    Van de werkgever wordt verwacht dat hij tijdig de relevante gegevens aanlevert aan de pensioenuitvoerder. De rol voor de werkgever betekent concreet dat de werkgever ervoor moet zorgen dat nieuwe werknemers binnen 3 maanden worden geïnformeerd over de kenmerken van de pensioenregeling, de uitvoering van de regeling en over persoonlijke omstandigheden die een actie van de werknemer kunnen vergen. Met persoonlijke omstandigheden wordt bijvoorbeeld bedoeld; baanwisseling, scheiding, samenwonen en arbeidsongeschiktheid. Met kenmerken wordt ook bedoeld mogelijke keuzes die een werknemer kan maken binnen een pensioenregeling. De werknemer dient ook gewezen te worden op de website van de pensioenuitvoerder en de mogelijkheid om het pensioenregister te raadplegen.

    Een goedkope AOV? 5 tips om te besparen op uw AOV.

    Veel ondernemers zien de arbeidsongeschiktheids¬verzekering (AOV) als een dure verzekering. Maar u kunt voor een deel zelf bepalen hoe hoog uw premie wordt. Lees welke keuzemogelijkheden u hebt om de premie te verlagen.

    Kies voor een langere wachttermijn

    Uw AOV- premie wordt een stuk lager als u voor een langere wachttermijn kiest. In de praktijk betekent dit dat u bij arbeidsongeschiktheid een langere tijd moet overbruggen voordat u uw eerste uitkering krijgt. Uiteraard moet u hierbij wel rekening houden met uw financiële reserves.

    Kies voor een lager verzekerd bedrag

    Als u een AOV-sluit, kiest u een verzekerd bedrag: het bedrag dat u krijgt uitgekeerd als u arbeidsongeschikt raakt. Veel ondernemers kiezen het maximum dat ze kunnen verzekeren. Maar u kunt ook voor een lager bedrag kiezen. Dan betaalt u minder premie. Uiteraard krijgt u dan ook minder uitkering als u arbeidsongeschikt raakt.

    Kies voor een hogere uitkeringsdrempel

    Uw uitkeringsdrempel is een percentage dat u minstens arbeidsongeschikt moet zijn om een uitkering te krijgen. Hierbij geldt: hoe hoger het percentage, hoe goedkoper de premie. Dat betekent wel dat de kans groter wordt dat u niet genoeg arbeidsongeschikt bent om een AOV-uitkering te krijgen.

    Kies voor een kortere uitkeringslooptijd

    Bij het afsluiten van een AOV kiest u een uitkeringslooptijd. Dit is het aantal jaar dat u een AOV-uitkering krijgt. Daarna moet u zelf voor een inkomen zorgen. Met een kortere uitkeringslooptijd is uw premie lager. Maar dan moet u wel eerder voor uw eigen inkomen zorgen.

    Laat uw AOV niet doorlopen totdat u AOW krijgt

    Een AOV loopt vaak door totdat u met pensioen gaat. Maar dat hoeft niet. U kunt de uitkering ook eerder stoppen. Het is dan wel belangrijk dat u genoeg reserves hebt om de resterende periode te overbruggen.

    Zoals u ziet, is het zeker mogelijk om te besparen op een arbeidsongeschiktheids¬verzekering. Let uiteraard wel op dat u door uw keuzes niet in de problemen komt bij arbeidsongeschiktheid. Want hoe lager de premie, hoe meer risico u als ondernemer loopt. En wilt u weten wat voor u de beste optie is? Maak dan een afspraak met ons.

    Wijzigingen pensioenwet 1 maart 2018

    Per 1 maart 2018 zijn er een paar kleine wijzigingen in de Pensioenwet van kracht geworden. De wijzigingen die per 1 maart 2018 al ingaan, zijn niet heel ingrijpend. Het gaat om de regels voor collectieve waardeoverdracht en bezwaarrecht bij aanpassing van de fiscale pensioen richtleeftijd.

    De wet bevat onder meer de volgende onderdelen:

    1. Vervanging van recht voor de uitvoerder om een klein pensioen af te kopen door een wettelijk recht voor de uitvoerder om dat over te dragen. Afkopen klein pensioen verandert vanaf 2019 voor diegenen die vanaf 2018 uit dienst zijn getreden. Dit wordt vervangen door een recht voor de pensioenuitvoerder om zonder instemming van de werknemer het pensioen over te dragen naar zijn nieuwe pensioenuitvoerder. Als dat na 5 jaarlijkse pogingen niet is gelukt kan de pensioenuitvoerder alsnog afkopen. Voor degenen die vóór 2018 uit dienst zijn getreden komt er nog een opschoonactie waarbij in fases wordt getracht zoveel mogelijk kleine pensioenen over te dragen naar een nieuwe pensioenuitvoerder zonder dat dit tot (administratieve) overbelasting van het systeem leidt. Omdat de rekenregels voor waardeoverdracht gelden kunnen uit waardeoverdracht van klein pensioen overigens wel bijbetalingsverplichtingen voor werkgevers voortvloeien.
    2. Verval van hele kleine pensioenen. Volgens de wet vervallen zeer kleine pensioenen (minder dan € 2 per jaar) bij uitdiensttreding, tenzij de werknemer emigreert naar een andere lidstaat en de pensioenuitvoerder hiervan op de hoogte heeft gesteld. In het overgangsrecht wordt onder voorwaarden ook de mogelijkheid geboden om dit voor bestaande, zeer kleine pensioenen te doen van werknemers waarvan de pensioenopbouw door uitdiensttreding is beëindigd.
    3. De mogelijkheid om zonder instemming van de rechthebbende – onder voorwaarden – de opgebouwde pensioenen collectief te converteren naar een nieuwe fiscale pensioenrichtleeftijd. De wet bevat ook de mogelijkheid om ouderdomspensioen om te zetten naar een nieuwe fiscale pensioenrichtleeftijd (dus 65, 67 of 68), zonder dat de werknemer daar bezwaar tegen kan maken. De (wijziging van de) pensioenregeling moet dan wel die omzetting bevatten en de werknemer moet het kunnen terugzetten naar de oorspronkelijke leeftijd, waarbij dit niet tot een verschil in uitkomst mag leiden. Door latere wijzigingen in de grondslagen die de pensioenuitvoerder collectief hanteert kan er wel een wijziging ontstaan, maar de pensioenuitvoerder mag daarbij geen rekening houden met het risico dat bepaalde groepen dat eerder zullen doen dan andere groepen.

    Cybersecurity

    Bedrijven maken zich meer zorgen om de cyberveiligheid dan twee jaar geleden, maar die zorgen zijn niet evenredig terug te vinden in de manier waarop ze met cybersecurity omgaan, zo blijkt uit een onderzoek van Marsh onder 1.300 directeuren van bedrijven. Tweederde van de respondenten rangschikt cybersecurity tot de vijf grootste prioriteiten van het management, bijna twee keer zo hoog als in 2016. Driekwart bestempelt bedrijfsstilstand als het grootste cyberrisico; 55% noemt datalekken als risico. Meer weten ?

    Ondanks het groeiende risicobewustzijn zegt slechts 19% van de respondenten een groot vertrouwen te hebben in de manier waarop hun onderneming in staat is adequaat te reageren op een cyberincident teneinde zo de gevolgen tot een minimum te beperken. Drie van de tien bedrijven geeft aan een concreet plan te hebben om te reageren op een cyberaanval. Minder dan de helft van de bedrijven heeft het financiële risico van een cyberaanval gekwantificeerd.

    Per 25 mei 2018 is de AVG van kracht en dienen ondernemingen aan deze wetgeving te voldoen. Dit houdt onder andere in dat aangetoond moet kunnen worden hoe persoonsgegevens worden verwerkt en dat datalekken verplicht binnen 72 uur moeten worden gemeld. Bedrijven en organisaties die hierin falen, riskeren boetes die kunnen oplopen tot 20 miljoen euro of 4 procent van de jaarlijkse wereldwijde omzet. Stoutenburgh Adviesgroep helpt u graag om tijdig te voldoen aan de AVG en het afstemmen van de verzekeringen op de toenemende cyberrisico’s in de huidige digitale wereld. Wilt u meer weten neem dan contact met ons op voor het maken van een afspraak.

    Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)

    Per 25 mei 2018 is de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van kracht. Daarin zijn strengere regels vastgelegd voor de bescherming van persoonsgegevens. De afgelopen maanden is hard gewerkt aan de vertaalslag van de AVG naar onze organisatie. Ook uw bedrijf en uw zakelijke relaties krijgen met de AVG te maken. Daarom vertellen we u er graag kort meer over.

    Organisaties moeten aantonen dat ze voldoen aan de nieuwe verordening die op 25 mei 2018 ingaat.

    Dat vergt inspanningen en investeringen. Zo dient u een verwerkingsregister op te stellen, waarmee u onder andere moet bijhouden welke persoonsgegevens uw organisatie verwerkt, wat de verwerkingsdoeleinden zijn, hoe lang de gegevens worden bewaard en welke maatregelen zijn getroffen om privacyrisico’s te beperken.

    De AVG maakt een onderscheid tussen verwerkingsverantwoordelijken en verwerkers. De verwerkingsverantwoordelijke is degene die het doel en de middelen voor de gegevensverwerking vaststelt. De verwerker daarentegen kan geen invloed uitoefenen op het doel en de middelen voor de gegevensverwerking. De verwerker handelt uitsluitend in opdracht van de verwerkingsverantwoordelijke bij het verwerken van persoonsgegevens, zonder rechtstreeks onder zijn gezag te vallen.

    Het is van belang om duidelijk vast te stellen of de gegevens worden verwerkt in de hoedanigheid van verwerkingsverantwoordelijke of verwerker. Duidelijkheid over de rolverdeling is van belang omdat een verwerkingsverantwoordelijke belast is met de naleving van de hele AVG en daarop aangesproken kan worden. Daarnaast moet er een specifieke overeenkomst worden gesloten wanneer er een verwerker in het spel is.

    Van verwerking is bijvoorbeeld sprake als persoonsgegevens worden bewaard of opgevraagd, maar ook als persoonsgegevens worden verzameld, gewijzigd, geraadpleegd, afgeschermd of uitgewist.

    Besteedt u uw salarisadministratie uit aan een administratiekantoor? Dan bent u de ‘verwerkingsverantwoordelijke’ en het administratiekantoor een ‘verwerker’ in de zin van de AVG.

    De verwerkingsverantwoordelijke bepaalt het doel en de middelen van een verwerking van persoonsgegevens. U bepaalt wat het administratiekantoor met de persoonsgegevens van uw personeel moet doen.

    U dient alles volgens de nieuwe verordening te doen, te documenteren, te evalueren, te wijzigen en te verbeteren. De boetes voor het niet voldoen aan de wettelijke vereisten kunnen oplopen tot EUR 20 mln of 4% van de omzet van uw organisatie. Wilt u meer weten neem dan contact met ons op. We praten u dan graag bij.

    Even voorstellen

    Mijn naam is Marcel Weij en ik ben sinds 1 april j.l., bij Stoutenburgh Adviesgroep werkzaam als Consultant Pensioenen en Inkomen. Mijn vrije tijd besteed ik grotendeels aan onze jachthond, mountainbiken, zeilen en muziek maken. Ik ben gehuwd en heb 2 volwassen zoons.

    De afgelopen 33 jaar heb ik vele werkgevers met vragen over hun collectieve werknemersverzekeringen bijgestaan. Mijn toegevoegde waarde omvat het op alle denkniveaus begrijpelijk overbrengen van deze complexe materie, zodat de betrokken partijen inzicht in hun mogelijkheden krijgen en daardoor een weloverwogen keuze kunnen maken. Om mijn rol in deze trajecten nog beter te kunnen vervullen heb ik aanvullende opleidingen gevolgd (o.a. Mediation en Coaching).

    Ik wil mijn kennis en ervaring graag inzetten om goede en langdurige relaties met de bestaande en toekomstige klanten van Stoutenburgh Adviesgroep, op te bouwen. Daarnaast wil ik een positieve bijdrage leveren aan de ontwikkeling en het werkplezier van mijn collega’s.

    Ik zie uit naar onze wederzijdse kennismaking.

    Cyberrisk

    Als uw bedrijf te maken krijgt met cybercrime staat u sterker met een Incident Response Plan. Dit plan versnelt het herstel, beperkt de schade, voorkomt mogelijk herhaling en vermindert negatieve publiciteit. Een Incident Response Plan is geen standaarddocument. Het is belangrijk dat het op maat gemaakt wordt voor uw bedrijf. Hier hoeft u geen expert voor te zijn, u kunt het zelf opstellen, of samen met uw adviseur. Dit is hiervoor een stappenplan. Kies de elementen die voor uw bedrijf relevant zijn.

    Download het Incident Response Plan

    Verplichte aansluiting bedrijfstakpensioenfonds

    Onderdeel van het pensioenvak is het onderzoek doen naar de aanwezigheid van een Collectieve Arbeidsovereenkomst (cao) of een verplicht gesteld Bedrijfstakpensioenfonds (Bpf). Het komt regelmatig voor dat werkgevers niet op de hoogte zijn van het feit dat er voor hun ondernemingen een cao of Bpf van toepassing is.

    Binnen de onderneming kunnen verschillende activiteiten plaatsvinden. Dit hoeft niet altijd in afzonderlijke rechtsvormen te gebeuren. Het is belangrijk om de verschillende activiteiten goed in beeld te brengen en vast te leggen. Bepaalde activiteiten van de onderneming kunnen namelijk wel onder een cao en/of Bpf vallen, terwijl dit niet het geval hoeft te zijn voor andere activiteiten. Dit heeft uiteraard gevolgen voor de uiteindelijke samenstelling van de pensioenregeling(en).

    Dit jaar hebben wij diverse onderzoeken gedaan voor opdrachtgevers omtrent de verplichtstelling van een Bpf. In een aantal gevallen werden we ingeschakeld nadat de werkgever al was aangeschreven: vriendelijk verzoek om met terugwerkende kracht premie af te dragen. U begrijpt, zelfs 5 jaar terugwerkende kracht is al een continuïteitsvraagstuk. Een Bpf heeft een executoriale titel en de bestuurder is hoofdelijk aansprakelijk conform Wet Bpf2000. Heeft u twijfel over u bij het juiste pensioenfonds zit, of dat aansluiting verplicht is? Laat u dan adviseren, wanneer de uitkomst in een grijs gebied is, kun je vaak nog bijsturen. Dat gaat niet als het Bpf u eerst vindt…

    Bestuurdersaansprakelijkheid

    Als bestuurder, commissaris of toezichthouder kunt u persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor schade veroorzaakt door u en uw medebestuurders. Dit kan tot hoge juridische kosten leiden, zelfs wanneer de claim onterecht is. Dit gaat ten koste van uw privévermogen.

    De Bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering dekt de juridische kosten en de uiteindelijke schadevergoeding. Zo kunt u onbezorgd uw werk doen.

    Voor wie is de verzekering
    De Bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering is voor bestuurders, commissarissen en toezichthouders van bv’s, verenigingen en stichtingen en Verenigingen van Eigenaren (VVE).

    Wilt u meer weten neem dan contact met ons op.

    Wetvoorstel samenvoeging kleine pensioen

    Op 21 november jl. heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Wet waardeoverdracht klein pensioen. Dat betekent dat de afkoop kleine pensioenen wordt vervangen door een bevoegdheid voor de pensioenuitvoerder tot waardeoverdracht. Deze waardeoverdracht vindt plaats zonder instemming van de deelnemer.

    In de praktijk betekent dit dat de uitvoerder bij het pensioenregister binnen een jaar na einde deelneming toetst of de betreffende gewezen deelnemer inmiddels pensioen opbouwt bij een andere pensioenuitvoerder. Zo ja, dan vindt automatisch waardeoverdracht van het kleine pensioen plaats naar de nieuwe uitvoerder. Zo nee, dan vindt jaarlijks een hertoetsing plaats.

    Met ingang van 1 januari 2019 mogen pensioenuitvoerders bijzonder kleine pensioenen (€ 2,- of minder per jaar) laten vervallen. Tot die tijd roept de minister van SZW iedereen op om op zoek te gaan naar hun eventuele aanspraken op een dergelijk heel klein pensioen. Pensioenuitvoerders kunnen deze dan alsnog afkopen of overdragen.

    Tenslotte regelt het wetsvoorstel de mogelijkheid van aanpassing van bestaande aanspraken aan een nieuwe pensioen-richtleeftijd zonder instemming of bezwaarmogelijkheid van de deelnemer.

    Aan de eenzijdige aanpassingsmogelijkheid zijn een aantal voorwaarden verbonden die moeten voorkomen dat de aanspraken van een individuele deelnemer kunnen worden aangetast. Meer weten. Neem dan contact op met Stoutenburgh Adviesgroep.

    Bron: http://www.nieuwsszw.nl/kleine-pensioentjes

    Privacy op de werkvloer

    Privacy is al enige tijd een hot topic. Dat bleek ook tijdens onze succesvolle laatste bijeenkomst van 22 juni jl. over de nieuwe Europese privacy wetgeving - de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Tijdens die bijeenkomst hebben wij in het algemeen met u besproken hoe uw onderneming aan de AVG moet voldoen. In de praktijk hebben wij gemerkt dat ondernemingen behoefte hebben aan concreet inzicht in wat de AVG voor effect heeft op de organisatie en in het bijzonder op het gebied van personeel/ Human Resource.

    Daarom organiseren Marxman Advocaten en Stoutenburgh Adviesgroep op 14 december a.s. een bijeenkomst over privacy op de werkvloer. U bent van harte uitgenodigd om deze bijeenkomst bij te wonen.

    Inhoud bijeenkomst

    Wij gaan deze middag in op specifieke verwerkingen van persoonsgegevens van uw personeel, mogelijke cyberrisico’s en hoe hiermee om te gaan. Denk bijvoorbeeld aan het verwerken van persoonsgegevens over uw relaties, sollicitanten en medewerkers (bijvoorbeeld in de vorm van een personeelsdossier), maar ook aan minder voor de hand liggende zaken als cameratoezicht, de controle van e-mail en internetverkeer en het gebruik van cookies op de website. Ook daarvoor geldt dat u moet voldoen aan alle verplichtingen uit de AVG. Kortom, een bijeenkomst met een concrete en praktische insteek.

    De bijeenkomst borduurt voort op de activiteiten die Marxman en Stoutenburgh Adviesgroep de afgelopen periode hebben ontplooid om haar relatienetwerk zo goed mogelijk te informeren over privacy in al haar facetten. Zo heeft Marxman Advocaten de HR Privacyscan ontwikkeld. Een tool waarmee specifiek voor de HR-afdeling in kaart gebracht kan worden in hoeverre al aan de AVG wordt voldaan. Verder is er een artikel over verwerking van persoonsgegevens op de werkvloer en een whitepaper over cameratoezicht verschenen.

    Sprekers

    Theo Stockmann en Irene Luijt-Visser, advocaten bij Marxman Advocaten, praten u bij over de AVG en vertellen u aan de hand van voorbeelden wat de juridische gevolgen ervan zijn voor een organisatie en haar personeel.

    Rolf Segerink, directeur van Stoutenburgh Adviesgroep staat tijdens de bijeenkomst stil bij de mogelijkheden om je als ondernemer te verzekeren tegen risico's die op het gebied van privacy voorkomen, te denken valt aan de gevaren rondom cybercriminaliteit. Een onderwerp dat de laatste tijd helaas vaak negatief in het nieuws is en een belangrijk onderdeel is van de issues die spelen rondom de AVG. Aan de hand van praktijkvoorbeelden laten wij zien hoe cybercriminaliteit uw organisatie kan treffen. Ook komen er preventietips voorbij.

    Tijd & locatie

    Het seminar vindt plaats van 15.30 tot 17.00 uur, met aansluitend een netwerkborrel, op het kantoor van Marxman Advocaten aan de Computerweg 1E in Amersfoort. Wij ontvangen u graag vanaf 15.00 uur. Aan het seminar zijn geen kosten verbonden.

    Aanmelden

    Wilt u de bijeenkomst bijwonen? Meld u dan snel en eenvoudig aan.

    Preventiemedewerker

    “Preventiemedewerker is de officiële wettelijke benaming in Nederland voor een door een werkgever aangestelde werknemer die de werkgever in een bedrijf bijstaat op het gebied van preventie en bescherming.”
    Een preventiemedewerker is de aanjager bij het opzetten en verbeteren van het arbobeleid. Een preventiemedewerker ondersteunt bij het waarborgen van veilige en gezonde werkomstandigheden in een bedrijf.
    Het in dienst hebben van ten minste één preventiemedewerker is verplicht. Tot en met 25 werknemers mag eventueel de directeur zelf de preventiemedewerker zijn.

    Wettelijke taken

    De drie wettelijke taken van een preventiemedewerker zijn:

    • Het (mede) opstellen en uitvoeren van de Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E)
    • Het adviseren en nauw samenwerken met de ondernemingsraad / personeelsvertegenwoordiging over de te nemen maatregelen voor een goed arbeidsomstandighedenbeleid
    • Deze maatregelen (mede) uitvoeren
    • Het adviseren aan en samenwerken met de bedrijfsarts en andere arbodienstverleners

    Daarnaast kan de preventiemedewerker ook andere taken op zich nemen die met arbeidsomstandigheden te maken hebben, zoals het geven van voorlichting aan medewerkers over gezond werken of het onderhouden van contact met de arbodienst of bedrijfsarts.

    Opleiding preventiemedewerker

    De preventiemedewerker moet in ieder geval over genoeg kennis en ervaring beschikken om zijn taken goed uit te kunnen voeren. De prominentere rol vraagt om een stevige persoonlijkheid. Om de rol als ‘spin in het web’ te kunnen vervullen, zijn naast inhoudelijke deskundigheid ook specifieke competenties nodig op het gebied van communicatie, samenwerking en doortastendheid.

    Hoewel het niet wettelijk verplicht is om een opleiding tot preventiemedewerker te volgen, volgen veel (aankomend) preventiemedewerkers trainingen om beter beslagen ten ijs te komen.

    Directeur Grootaandeelhouders vanaf 1 april geen pensioen in de BV

    Zoals we al eerder hebben aangekondigd in onze nieuwsberichten is er sinds 1 april 2017 geen pensioenopbouw in eigen beheer meer mogelijk voor de directeur grootaandeelhouder (DGA).

    De DGA zal voor 1 juli 2017 een keuze moeten maken over de afwikkeling van het opgebouwde pensioen in eigen beheer en zich moeten bezinnen over de pensioenopbouw naar de toekomst toe.

    De DGA heeft daarbij drie keuzes:

    Iedere keuze heeft zijn eigen voor en nadelen. Deze hebben we voor u op een rij gezet in een informatieve brochure . Hierin treft u de aandachtspunten en gevolgen aan voor iedere keuze. Wilt u deze ontvangen? Stuur dan een mail met uw naam naar annelicephilips@stoutenburgh.nl.

    Wanneer u wilt weten wat de verschillende keuzes voor u betekenen kunnen we u in een persoonlijk rapport de mogelijkheden en gevolgen van het stoppen met uw pensioenopbouw in eigen beheer inzichtelijk maken. De kosten voor het inzichtelijk maken van de impact van de verschillende keuzemogelijkheden bedragen € 495,- (exclusief BTW), voor het opstellen van het rapport inclusief de bespreking hiervan bij ons op kantoor. Meer weten ? Neem dan contact op met Annelice Philips via telefoonnummer 033-7600765 of per mail annelicephilips@stoutenburgh.nl.

    Stoutenburgh steekt haar handjes uit de mouwen!

    Betrokken zijn bij de maatschappij daar hechten wij veel waarde aan. Dat doen wij op verschillende manieren. Op zaterdag 25 maart heeft het Stoutenburgh team haar handjes uit de mouwen gestoken bij ouderenwoonzorgcentrum St. Joseph in Achterveld.

    Op een zonovergoten zaterdag werden wij met open armen ontvangen door Irene Abbing en Henk Brandsen van het ouderenwoonzorgcentrum. Na een korte introductie en kennismaking konden de mouwen omhoog en zijn wij aan de slag gegaan. Bomen zijn gesnoeid en zelfs omgehakt, de bankjes en de terrasmeubelen blinken weer, het terras is schoongespoten en als finishing touch zijn de bloembakken weer van mooie bloemen voorzien. Wij hebben genoten van deze zinvolle middag en willen Irene, Henk en Matchpoint Amersfoort graag nogmaals bedanken voor de perfecte begeleiding. Hopelijk genieten de bewoners dit jaar volop van vele mooie zomerse dagen in hun tuin.

    ZPoint Leusden bezoekt Stoutenburgh Adviesgroep

    22 maart mocht Stoutenburgh de gastheer zijn van ZPoint Leusden. ZPoint is een netwerk voor Zelfstandige Professionals in Leusden. Het delen van kennis en informatie is een speerpunt welke wij hebben opgenomen in onze missie. Dat was voor ons de reden om Zpoint eens uit te nodigen voor een boeiende discussie avond met als onderwerp verzekeringen. En boeiend werd het……

    Bij binnenkomst was de stemming nog een beetje gematigd. Verzekeringen spreekt niet altijd evenveel tot ieders verbeelding. Concrete praktijkvoorbeelden maakten de discussie in no time tot een hele boeiende. Er kan immers van alles gebeuren in de het leven van de hardwerkende ondernemer waardoor zijn/haar vermogen of zijn/haar bezittingen worden aangetast. Maar ook de ondernemer zelf loopt risico’s denk bijvoorbeeld aan arbeidsongeschiktheid of het pensioen. En hoe ga je daar dan mee om? Verzekeren is voor ons niet de standaard oplossing. Risico’s vermijden of verminderen is ook een optie. Tijdens de discussie werd wel duidelijk dat betaalbaarheid belangrijk is. Onderzoek onder 500 ZZP’ers laat zien dat 58% weet niet goed verzekerd te zijn en voeren als reden aan dat goede verzekeringen onbetaalbaar zijn. Juist daarom is het vinden van de juiste balans tussen de verschillende opties belangrijk. Iets is daarbij altijd nog beter dan niets.

    Daarnaast viel op dat er misverstanden en onduidelijkheden zijn bij de ZZP’er rondom zijn/haar verzekeringen. Er is een duidelijk onderscheidt aan te brengen tussen risico’s die je als particulier loopt en bedrijfsmatige risico’s. Ten onrechte werd er vanuit gegaan dat de verzekeringen welke je als particulier hebt afgesloten ook de schade vergoeden welke beroepsmatig worden veroorzaakt, helaas. De aansprakelijkheidsverzekering particulieren is daarbij een voorbeeld waar veel misverstanden over bestaan.

    De volgende relevante verzekeringen voor de ZZP’er zijn behandeld, 58% weet dat de risico’s niet goed verzekerd zijn (bron: onderzoek Reaal verzekeringen onder 500 ZZP’ers) :

    Bezittingen

    • Bedrijfsgebouw-, inventaris-, voorradenverzekering (52% wil risico inventaris en goederen verzekerd hebben)
    • Bedrijfsschadeverzekering
    • Elektronicaverzekering
    • Motorrijtuigenverzekering (61% wil zijn bestelauto goed verzekerd hebben)

    Vermogen/Bedrijf continuïteit

    • Bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering (27% voorziet kans op veroorzaken schade bij opdrachtgever, 61% wil zijn aansprakelijkheid verzekeren)
    • Beroepsaansprakelijkheidsverzekering (zie opmerking hierboven)
    • Milieuaansprakelijkheidsverzekering
    • Rechtsbijstandsverzekering (31% voorziet risico’s juridische conflicten)

    De ondernemer

    • Arbeidsongeschiktheidsverzekering (47% van de ondernemers acht kans aanwezig voor uitval als gevolg van gezondheidsredenen)
    • Overlijdensrisicoverzekering (49% wil hiervoor een voorziening treffen)
    • Sparen voor de oude dag (pensioen)

    Niet alle ZZP’ers zijn gelijk, daarom zal per situatie bekeken moeten worden welke verzekeringen wel of niet gewenst en van toepassing zijn.

    Kortom het was een boeiende avond die nog even werd afgesloten met een lekker drankje.

    Help! Ik ben ondernemer en wil een hypotheek voor mijn huis!

    Als zelfstandig ondernemer kan het soms knap lastig zijn om een huis te kopen. Want dit gaat vaak gepaard met een hypotheek en die is voor een ondernemer soms wat lastig te regelen aangezien je geen vast inkomen hebt.

    ‘Even wachten met ondernemen’

    Ondernemerscoaches raden starters regelmatig af met het starten van een eigen onderneming als ze op dat moment net middenin een zoektocht naar een nieuwe woning zitten. Jammer eigenlijk, en de vraag is of dit terecht is.

    Mogelijke leenbedrag van de hypotheek is lager

    Meestal wordt er bij ondernemers voor het bepalen van het inkomen naar de laatste drie jaarcijfers gekeken. Dit in tegenstelling tot mensen in loondienst, waar vaak juist vooruit wordt gedacht. Zo kan iemand met zijn eerste loonstrookje 3 tot 4,5 keer zijn inkomen lenen. Bij een ondernemer wordt gekeken naar de gemiddelde winst van de afgelopen drie jaar. Vervolgens kan de ondernemer 3 tot 4,5 keer zijn gemiddelde winst lenen. Vooral bij startende ondernemers valt de gemiddelde winst lager uit dan de winst in het laatste jaar.

    NHG

    De overheid heeft voor starters op de woningmarkt een soort vangnet, de nationale hypotheekgarantie. Voor startende ondernemers was er veelal geen mogelijkheid om gebruik te maken van dit vangnet omdat er geen drie jaarcijfers overlegd konden worden. Sinds 1 januari 2017 is het echter mogelijk om met een inkomensverklaring al na 12 maanden zelfstandigheid een hypotheek met nationale hypotheekgarantie te krijgen. Een aangename verruiming!

    Rente is voor ondernemers gemiddeld hoger

    Wil je als ondernemer een hypotheek afsluiten, dan betaal je vaak een hogere rente. Ondernemers hebben namelijk volgens de bank een hoger risicoprofiel. Ze hebben in de ogen van de bank een verhoogde kans om niet aan de betalingsverplichting te kunnen voldoen. Of dit nu waar is of niet, banken zijn voorzichtig met het verstrekken van een hypotheek aan ondernemers en vragen daarom regelmatig een hogere rente. Het is daarom verstandig om goed de verschillen tussen de diverse geldverstrekkers te verkennen.

    Hypotheek dus onmogelijk voor ondernemers?

    Het aantal ondernemers in Nederland groeit nog steeds. De hypotheekmarkt past zich hier langzaam op aan. Het afsluiten van een goedkope en vooral maximale hypotheek is voor mensen in loondienst, zeker die met een vast contract en enkele jaren werkervaring, een stuk eenvoudiger. Helemaal onmogelijk is het voor ondernemers zeker niet! In veel gevallen sluit je een hypotheek af samen met je partner. Als die bijvoorbeeld wel in loondienst is, is er al meer mogelijk.

    Ook is er meer mogelijk als je over meerdere jaren stabiele jaarcijfers kunt aantonen of kunt aantonen dat je met dezelfde werkzaamheden in loondienst een hoger inkomen hebt ontvangen. Tenslotte is het hebben van eigen middelen ook erg handig. Heb je wat gespaard en kun je bijvoorbeeld een deel van de financieringskosten prima uit eigen zak betalen? Is je hypotheek niet hoger dan negentig procent van de waarde van je huis waarvoor je het hebt gekocht? Al dat soort zaken tellen mee.

    Kortom, ben je ondernemer en op zoek naar een passende hypotheek, dan is er alle reden om je goed voor te laten lichten. Maarten Brunnekreef (maartenbrunnekreef@stoutenburgh.nl) , onze financieel adviseur , helpt je hierbij graag!

    Wetswijziging Arbeidsomstandighedenwet

    Op 24 januari 2017 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel voor de gewijzigde Arbeidsomstandighedenwet aangenomen. De aangepaste wet zal per 1 juli aanstaande in werking treden. Met deze wetswijziging beoogd het kabinet werkend Nederland gezond en fit te houden. Dit moet bereikt worden door medewerkers en werkgevers meer te betrekken bij het arbobeleid en de preventie binnen bedrijven te bevorderen. Daarom is iedere werkgever vanaf 1 juli 2017 verplicht om een zogenaamd basiscontract af te sluiten met een arbodienst. Het basiscontract stelt minimumeisen aan het contract tussen arbodienstverleners en werkgevers. Wij vertellen u graag welke eisen dit zijn.

    Belangrijkste wijzigingen Arbowet

    De vernieuwde Arbowet treedt per 1 juli aanstaande in werking. De belangrijkste wijzigingen is de introductie van het basiscontract. Hierin wordt opgenomen bij welke taken de werkgever zich minimaal dient te laten ondersteunen door een arbodienstverlener of bedrijfsarts. Deze taken omvatten de reeds bestaande wettelijke taken én bepalingen uit de nieuwe wetgeving:

    Bestaande wettelijke taken:

    • Ziekteverzuimbegeleiding;
    • Toetsen van en adviseren over de Risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E);
    • Periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO);
    • Aanstellingskeuring.

    Nieuwe verplichtingen:

    • Iedere werknemer heeft directe toegang tot een bedrijfsarts via een open spreekuur, όόk zonder dat er sprake is van een ziekmelding;
    • De bedrijfsarts moet de mogelijkheid hebben om in overleg te gaan met de OR en/of de preventiemedewerker;
    • De bedrijfsarts moet de ruimte hebben om iedere werkplek te bezoeken;
    • Medewerkers hebben recht op een second opinion van een andere bedrijfsarts;
    • Er moet een duidelijke procedure zijn die beschrijft hoe en waar medewerkers eventuele klachten over de dienstverlening van een bedrijfsarts kan indienen;
    • De bedrijfsarts heeft een
    • meldingsplicht voor beroepsziekten;
    • Het contract moet preventieadvisering door de bedrijfsarts aan de werkgever vastleggen.

    De wijzigingen betekenen dat bestaande contracten met arbodienstverleners aangepast moeten worden zodat deze aan de nieuwe wettelijke verplichtingen voldoen. Hiervoor zal een overgangsperiode gelden van één jaar. De verplichting om een basiscontract met een arbodienst-verlener aan te gaan is niet vrijblijvend: de inspectie SZW kan direct een boete opleggen als uw arbocontract niet aan de juiste voorwaarden voldoet.

    Op de website www.arboportaal.nl van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kunt u veel nuttige informatie vinden over onder andere Arbowetgeving en gezond en veilig werken zoals de Factsheet basiscontract , die de inhoud van het nieuwe basiscontract beknopt toelicht. Wilt u meer weten? Neem dan contact met ons op. Wij helpen u graag!

    Blog: NIX68

    Geen pensioen voor leeftijd 68 jaar, dat is de afspraak. Het zou een variant op de campagne van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kunnen zijn. Het verbod op verkoop van tabak en alcohol aan jongeren tot 18 jaar is ingegeven vanwege onderzoek naar de schade op de gezondheid van onze jeugd. Hoe zit dat dan met de pensioenrichtleeftijd? Speelt gezondheid hierin ook een rol?

    Sinds 2014 is pensioenrichtleeftijd gekoppeld aan de gemiddelde levensverwachting van de Nederlandse bevolking. Volgens Centraal Beheer voor de Statistiek (CBS) is de gemiddelde levensverwachting van een 65-jarige in 2028 maar liefst 21,31 jaar. Leuk om te weten, maar wat betekent dit? Het gevolg is dat per 1 januari 2018 de pensioenrichtleeftijd stijgt van 67 naar 68 jaar. De staatssecretaris heeft dit eind 2016 nog middels een algemene maatregel van bestuur definitief gemaakt. De AOW-leeftijd gaat overigens per 1 januari 2022 omhoog van 67 jaar naar 67 jaar en 3 maanden. Zo blijft er dus ook in de toekomst een verschil tussen de AOW-leeftijd en de pensioenrichtleeftijd.

    Daar gaan we weer. Pensioenovereenkomst, pensioenreglement en uitvoeringsovereenkomst aanpassen. Adviesaanvraag bij de Ondernemingsraad, instemming werknemers vragen, communicatietraject opstarten. Kortom, het draaiboek kan weer uit de kast. Te beginnen met het bellen van uw adviseur. Maar in tegenstelling tot de laatste wijziging per 1 januari 2015 worden de opbouwpercentages in een eindloon- en middelloonregeling (defined benefit) niet aangepast. De opbouwpercentages in een beschikbare premieregeling (defined contribution) ook niet. Uitsluitend de eindleeftijd. Echter, indien u besluit de eindleeftijd ongewijzigd op 67 jaar te laten staan, moeten de percentages actuarieel herrekend worden. Juist, die worden lager. En dus ook dan dient u het hierboven geschetste traject te doorlopen.

    Maar het opschuiven van de pensioenleeftijd raakt niet alleen het pensioendossier. Wat te denken van de stijging van verzuim, de duurzaam inzetbaarheid van werknemers. Zeker als het gaat om de zware beroepen. Dit kan zowel fysiek zware beroepen als ook ‘geestelijk’ zware beroepen. Neem als voorbeeld de IT-consultants. Na een leven lang leren kan ik me voorstellen dat je de ontwikkelingen niet meer kan bijbenen. En de werkgever kijkt ook naar de productiviteit. Het eerder stoppen met werken volledig zelf financieren met een lager levenslang pensioen is geen optie. Met het opschuiven van de pensioenleeftijd naar 68 jaar is er genoeg maatschappelijke discussie. Maar hoe gaat u er als werkgever mee om?

    Conclusie voor nu is dat het opschuiven van de pensioenrichtleeftijd volledig toe te wijden is aan de stijging in levensverwachting. In welke gezondheidssituatie we de eindstreep van onze actieve carrière halen, is hierbij buiten beschouwing gelaten. Genoeg informatie voor mijn collega’s en mij om dit thema dit jaar vanuit meerdere hoeken te belichten.

    En onze jeugd die nix gaat drinken en roken? Zij leven nog langer, gelukkig…

    Wijziging van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen

    In onze Nieuwsbrief van december 2016 meldden wij Staatssecretaris Wiebes van Financiën om drie maanden uitstel heeft verzocht inzake het wetsvoorstel ‘Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen’ (Wet uitfasering PEB).

    Het wetsvoorstel is vorig jaar door de Tweede Kamer aangenomen, maar nog niet behandeld door de Eerste Kamer. Wiebes trok de wet in december te elfder ure terug. De aftrekmogelijkheid van de toekomstige indexaties op het moment van afkoop of omzetting – nog bevestigd in een memorie van antwoord – zou de overheid miljarden aan belastinggeld kosten, zo hadden experts gewaarschuwd.

    De staatssecretaris liet daarna een onderzoek doen. Daaruit kwam het volgende naar voren: “De conclusie van dit onderzoek is dat het in het wetsvoorstel voorgestelde artikel 34e van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb 1969) aftrek van de lasten van de toekomstige indexatie op het moment van afkoop of omzetting uitsluit, waardoor ook de budgettaire derving zich niet kan voordoen. In het hiervoor genoemde antwoord in de memorie van antwoord is abusievelijk geen rekening gehouden met deze bepaling, waardoor ten onrechte de suggestie is gewekt dat een dergelijke aftrek wel mogelijk is.”

    Directeuren-grootaandeelhouders (DGA) zullen onder de nieuwe pensioenwetgeving bij afkoop van pensioen in eigen beheer derhalve niet ineens alle toekomstige indexaties kunnen aftrekken.

    De beperking in het genoemde artikel vindt Staatssecretaris Wiebes echter te streng. Het volledig uitsluiten van de aftrek is ongewenst omdat het een kleine groep van rond de 6% van de DGA’s treft, die reeds een actiefpost op de fiscale balans hebben opgenomen voor toekomstige indexaties, vanwege het bij een externe BV onderbrengen van de pensioenverplichting. Middels een Novelle wordt nu voor die groep alsnog de mogelijkheid geboden de actiefpost ineens ten laste van de fiscale winst te brengen (bij afkoop) dan wel in jaarlijkse termijnen tot de leeftijd van 87 jaar (bij omzetting in een oudedagsverplichting).

    Donderdag 9 februari jl. heeft de Tweede Kamer de wijziging van de Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale maatregelen als hamerstuk behandeld. De wijziging is hierdoor aangenomen. Er is besloten dat de novelle wordt betrokken bij de verdere behandeling van het wetsvoorstel. De behandeling in de Eerste Kamer staat voor begin maart gepland.

    Besluit Verbod op Asbestdaken

    In Nederland is op dit moment nog altijd circa 100 miljoen m2 aan asbest verwerkt in daken van gebouwen en woningen. Vrijkomende asbestvezels vormen een gevaar voor de volksgezondheid en het milieu. Daarom mogen zowel particulieren als bedrijven en (overheids)instellingen vanaf 2024 geen asbestdaken meer bezitten. Bezit u in 2024 nog een asbestdak? Dan moet u dit alsnog verwijderen, al dan niet nadat u van uw gemeente een boete heeft ontvangen. Tijd dus om alvast in actie te komen!

    Voor 2024 moeten álle asbestdaken in Nederland gesaneerd zijn. Hierna kunnen gemeenten eigenaren met een boete dwingen om het (dan illegale) asbestdak te verwijderen. Maar vervelender nog: de kans dat verzekeraars de opruimkosten na beschadiging van een illegaal asbestdak gaan vergoeden, zal naar verwachting vanaf 2024 nihil zijn. Immers, het is dan wettelijk niet meer toegestaan om een asbestdak te bezitten.

    Het asbestverbod zal gaan gelden voor álle gebouwen met asbesthoudende dakbedekking in de vorm van asbesthoudende golfplaten, dakleien en bitumen. Het verbod geldt níet voor asbesthoudend materiaal aan de binnenkant van gebouwen en ook niet voor de volgende materialen aan de buitenkant: boeidelen, dakgoten en gevelpanelen. Vaak zal het bij een sanering wel praktisch zijn deze onderdelen gelijk mee te nemen.

    Eigenaren van asbestdaken zijn zelf verantwoordelijk voor de verwijdering van asbest. Een particulier mag maximaal 35 m2 asbestdak zelf verwijderen, onder bepaalde strikte voorwaarden. In alle andere gevallen moet asbest verwijderd worden door een gecertificeerd bedrijf. Meer informatie is te vinden op www.infomil.nl.

    Ter bevordering voor het tijdig saneren van alle asbestdaken geldt sinds 1 januari 2016 een Subsidieregeling verwijderen asbestdaken. Deze regeling geldt voor zowel particulieren als voor bedrijven en instellingen. In 2017 is € 15 miljoen beschikbaar gesteld. Wacht dus niet te lang en vraag uw subsidie aan via www.mijn.rvo.nl.

    Eigenrisicodragerschap Ziektewet: zélf de regie houden

    Meer en meer werkgevers worden eigenrisicodrager voor de Ziektewet. Eind vorig jaar was zelfs 35% van alle werknemers in dienst bij een ZW-eigenrisicodrager. Naar verwachting zal dit aantal alleen maar toenemen, omdat eigenrisicodragen zorgt voor meer grip op het verzuim van zieke werknemers die uit dienst gaan. Minder instroom in de ZW leidt uiteindelijk ook tot minder WGA-instroom.

    Eén van de speerpunten van Stoutenburgh Adviesgroep is het delen van Kennis. In onze eerste businesslunches van 2017 praten wij u graag bij over het wel en wee van de sociale wetgeving. Hoofdonderwerp zal zijn het eigenrisicodragerschap voor de Ziektewet, al dan niet in combinatie met de WGA. Wat betekent dit voor uw onderneming, en wat kan het u opleveren? Welke keuzes dient u te maken?

    Overweegt u eigenrisicodrager te worden? U kunt uw beslissing jaarlijks voor 1 april of 1 oktober kenbaar maken aan de belastingdienst. Op 15 en 17 maart vertellen wij u hoe u inzichtelijk kunt maken of eigenrisicodragerschap bij uw onderneming past, en welke gevolgen uw uiteindelijke beslissing met zich meebrengt.

    De businesslunch@stoutenburgh biedt de gelegenheid om met collega-ondernemers te klankborden over dit thema. Door kennis en ervaringen te delen helpen we elkaar bij het oplossen van complexe vraagstukken. Aanmelden voor de Businesslunch kan via info@stoutenburgh.nl . Kent u een collega-ondernemer (beslisser/beleidsbepaler) die ook graag aanschuift, dan is hij of zij van harte welkom. Wacht niet te lang met aanmelden, want het aantal plaatsen is beperkt.

    Nieuw staffelbesluit premieregelingen… Leuker kunnen we het niet maken…

    Vanaf 1 januari 2017 is er een nieuw staffelbesluit van kracht waarin de kring van uitvoerders voor een fiscaal maximale nominale middelloonregeling wordt uitgebreid, de momenten waarop de eventtoets moet worden uitgevoerd beperkt.

    Beschikbare premieregeling

    Bij de vaststelling van de premiestaffels, zoals die door het ministerie van Financiën zijn opgesteld als normpremies, is de premie afgeleid van een middelloonregeling.

    Bij de opstelling van deze zogenaamde staffels heeft men verschillende rekenrentes als uitgangspunt genomen. In de 4% staffel is een middelloonregeling nagebootst rekening houdend met een rekenrente van 4%, noem het rendement over de inleg. Daarnaast is er een premiestaffel toegestaan op basis van 3% rekenrente. Omdat de huidige rekenrente ver onder het niveau van 3% zit zijn er ook premiestaffels toegestaan waarbij de premiepercentages worden gebaseerd op de kostprijs van een fiscaal maximale nominale middelloonregeling. De premieregeling uitgaande van een fiscaal maximale middelloonregeling mag nu ook worden uitgevoerd door een PPI.

    Eventtoets

    Bij toepassing van een premiestaffel uitgaande van een rekenrente van 3% diende men verplicht op voorgeschreven momenten het pensioen te toetsen. Men controleert of deze nog voldoet aan de fiscaal maximale opbouw in een middelloonregeling. Deze verplichte toetsingsmomenten waren:

    • Waardeoverdracht;
    • Uitruil van pensioen;
    • Overlijden van pensioengerechtigde;
    • echtscheiding of beëindiging van de partnerrelatie;
    • Emigratie;
    • Fiscale wijzigingen;
    • pensioen ingangsdatum.

    De verplichte toets momenten zijn nu aangepast. De toetsing kan vanaf 1 januari 2017 plaatsvinden in geval van waardeoverdracht en op de pensioendatum. Wanneer er een eventueel overschot wordt geconstateerd verviel dit tot 01-01-2017 aan de pensioenuitvoerder. Dit is nu aangepast. Het overschot kan nu, naast de verzekeraar, ook aan de (Ex) werkgever vervallen. Meer weten over de gevolgen voor uw pensioenregeling? Neem dan contact ons op. We vertellen u er graag meer over.

    Stress op de werkvloer

    Stress op de werkvloer is beroepsziekte nummer 1. Afgelopen 14 november heeft minister Asscher tijdens de aftrap van de Week van de Werkstress bekend gemaakt dertien miljoen euro subsidie beschikbaar te stellen voor onder meer de aanpak van werkstress door werkgevers. Uit onderzoek blijkt dat ruim 2,7 miljoen werknemers onder hoge werkdruk te werken en bijna 1 miljoen werknemers last te hebben van burn-out klachten. Daarnaast blijkt 35% van het werkgerelateerde verzuim door werkstress veroorzaakt te worden.

    Werknemers met een hoge werkdruk zijn een risicogroep voor verschillende soorten verzuim, waaronder burn-outs. Zeker wanneer de steun van leidinggevenden en collega’s afneemt, neemt het risico op verzuim van uw werknemers significant toe (18% tegenover 45%). Het loont de moeite om te onderzoeken wat u en uw werknemers kunnen doen om werkstress tegen te gaan. Zeker wanneer u bedenkt dat 2% reductie van het ziekteverzuim bij een loonsom van € 1.000.000,- al snel voor een jaarlijkse besparing van € 20.000,- zorgt.

    Wilt u weten wat u kunt doen om ervoor te zorgen dat uw werknemers lekker in hun vel zitten? En hoe u het verzuim van uw werknemers kunt beperken? Neem dan contact op met ons op via (033) 760 0 760 of stuur een e-mail naar info@stoutenburgh.nl.

    Onzekerheid voor zzp’ers blijft bestaan

    Blog Single

    Na veel kritiek is de wet die schijnzelfstandigheid moet tegengaan uitgesteld tot 2018. Kunnen zzp’ers nu weer gewoon aan de slag?

    De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie (DBA) vervangt sinds een half jaar de Verklaring arbeidsrelatie (VAR-verklaring), waarin staat dat een werknemer zelfstandig voor een opdrachtgever werkt en niet verkapt in loondienst is.

    Nederland telt bijna 1 miljoen zelfstandigen. De invoering van de nieuwe wet heeft ertoe geleid dat een kwart van de zzp’ers overweegt te stoppen als zelfstandige. Dit is geconstateerd door bemiddelingsbureau HeadFirst na een peiling onder ruim 1.700 zelfstandigen. 74 procent van de ondervraagden zegt dat het lastiger is geworden om opdrachten te krijgen en 67 procent van de zzp’ers zegt meer administratie lasten te hebben.

    Een half jaar na de invoering van de wet DBA heeft staatssecretaris Eric Wiebes (Financiën, VVD) besloten de handhaving ervan uit te stellen tot op zijn vroegst 2018.

    De reden: onrust bij zzp’ers en bedrijven. De nieuwe wet zorgde bij beide partijen voor onduidelijkheid en onzekerheid. Veel werkgevers stoppen met het inhuren van zelfstandigen, deels uit organisatorische overwegingen, deels uit angst voor naheffingen of boetes van de Belastingdienst.

    Heeft u vragen over de wet DBA? Neem dan contact op met ons op via (033) 760 0 760 of stuur een e-mail naar info@stoutenburgh.nl.

    Pensioenrichtleeftijd en AOW-leeftijd omhoog

    Blog Single

    Het kabinet heeft bekend gemaakt dat zowel de pensioen-richtleeftijd als de AOW-leeftijd (verder) omhoog zullen gaan. Beide maatregelen zijn wettelijke (automatische) verhogingen, die het gevolg zijn van een hogere levensverwachting bij 65 jaar. De pensioen-richtleeftijd, een rekenleeftijd die wordt gebruikt voor de berekening van de jaarlijkse maximaal toegestane fiscale pensioenopbouw, gaat vanaf 2018 omhoog van 67 jaar naar 68 jaar.

    De AOW-leeftijd zal vanaf 2022 worden verhoogd van 67 jaar naar 67 jaar en drie maanden. De verhoging heeft gevolgen voor de mensen die na 1954 geboren zijn. Iemand die op 31 december 1954 is geboren krijgt de AOW-uitkering op zijn 67e verjaardag, iemand die op 1 januari 1955 is geboren, moet wachten tot 67 jaar en drie maanden.

    Wilt u meer weten wat dit voor u betekent ? Neem dan contact op met ons op tel. 033-7600765.

    Bron:

    https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2016/10/31/rekenleeftijd-voor-maximale-fiscale-pensioenopbouw-aangepast

    Vastlegging UBO’s

    Blog Single

    In het kader van de Sanctiewetgeving mogen financiële instellingen geen financiële diensten leveren en financiële transacties aangaan met personen en/of organisatie die op de (inter)nationale sanctielijsten staan. Als adviseur en bemiddelaar van financiële producten vervullen wij een belangrijke functie als poortwachter bij de uitvoering van die sancties. Daarom zullen wij de komende periode actief gaan onderzoeken wie de uiteindelijke belanghebbenden (UBO’s) zijn achter onze relaties.

    De afkorting UBO staat voor Ultimate Beneficial Owner, ofwel de uiteindelijk belanghebbende(n). Kort samengevat zijn dit de natuurlijke personen welke:

    • Een belang hebben van meer dan 25% in het kapitaal van de rechtspersoon;
    • Meer dan 25% van de stemrechten kunnen uitoefenen in de algemene vergadering;
    • Of begunstigde is van meer da 25% van het vermogen van de rechtspersoon.

    Om de uiteindelijke belanghebbenden te achterhalen, zullen wij u vragen een UBO-verklaring aan te leveren. Deze zullen wij tijdens de eerstkomende afspraak persoonlijk met u invullen.

    Heeft u vragen of opmerkingen over de vastlegging van UBO’s? Neem dan contact op met ons op via (033) 760 0 760 of stuur een e-mail naar info@stoutenburgh.nl.

    Afkoop klein pensioen wordt waardeoverdracht klein pensioen?

    Blog Single

    Staatssecretaris Klijnsma van SZW is voornemens een wetsvoorstel in te dienen dat het veelvuldig teloor gaan van kleine pensioenen door afkoop dient te voorkomen. Om het kleine pensioen een oudedagsbestemming te laten behouden, zou afkoop plaats moeten maken voor waardeoverdracht.

    In een brief aan de Tweede Kamer d.d. 22 november 2016 zet de Staatssecretaris de hoofdlijnen van het komende wetsvoorstel uiteen.

    In plaats van het recht op afkoop verkrijgt de pensioenuitvoerder een recht op waardeoverdracht, zonder tussenkomst van de ex-deelnemer, naar de nieuwe pensioenuitvoerder. Er wordt nadrukkelijk gekozen voor een recht en geen plicht tot waardeoverdracht. Als de pensioenuitvoerder niet kiest voor waardeoverdracht kan op de pensioeningangsdatum nog wel tot afkoop worden overgegaan.

    Pensioenuitvoerders dienen een inkomende waardeoverdracht via dit systeem te accepteren. Daarnaast kunnen uitvoerders op vrijwillige basis ook reeds bestaande kleine pensioenen overdragen.

    Tenslotte is de Staatssecretaris voornemens om een regeling te introduceren waarin zeer kleine pensioenen komen te vervallen. Gedacht wordt hierbij aan een afkoopwaarde van € 14,- ,

    vergelijkbaar met de grens die de Belastingdienst hanteert bij het niet meer terugstorten van teveel betaalde loonbelasting.

    Bron: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2016/11/22/kamerbrief-hoofdlijnen-wetsvoorstel-waardeoverdracht-klein-pensioen-en-implementatie-wet-pensioencommunicatie

    Geen allocatiefunctie besloten in definitie uitzendovereenkomst

    Blog Single

    Leent u mensen uit aan opdrachtgevers, heeft u een payroll- of uitzendorganisatie of detacheert u werknemers, dan is onderstaand artikel voor u erg van belang.

    Met enige vertraging heeft de Hoge Raad 4 november arrest gewezen in een tweetal zaken die betrekking hebben op de vraag of de “allocatiefunctie” een constitutief vereiste is voor het bestaan van een uitzendovereenkomst. Een van de zaken betreft de procedure van Care 4 Care Human Resources (C4C) tegen het Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (Bpf StiPP).

    In artikel 7:690 BW wordt de uitzendovereenkomst gedefinieerd als een arbeidsovereenkomst waarbij de werknemer door de werkgever, in het kader van het beroep of bedrijf van de werkgever ter beschikking wordt gesteld aan een derde om krachtens een door deze aan de werkgever verstrekte opdracht arbeid te verrichten onder leiding en toezicht van de derde. Deze omschrijving beperkt zich volgens de Hoge Raad niet tot het enkel bij elkaar brengen van vraag en aanbod naar tijdelijke arbeid (ziek & piek). Een dergelijke beperking blijkt volgens de Hoge Raad ook niet uit de wetsgeschiedenis.

    Met dit arrest geeft de Hoge Raad niet alleen uitleg aan artikel 7:690 BW, maar ook aan artikel 7:691 BW. Deze bepalingen werden in de rechtspraak en de literatuur verschillend uitgelegd. Verder overweegt de Hoge Raad in de zaak van C4C dat voor zover de toepassing van de regels van art. 7:691 BW in ‘nieuwe’ driehoeksrelaties (zoals payrolling) het in de eerste plaats aan de wetgever om hier grenzen te stellen. Dit indien het zou leiden tot resultaten die zich niet laten verenigen met hetgeen de wetgever voor ogen heeft gehad bij de betreffende artikelen. Echter, ook de rechter dient de regels zo uit te leggen dat strijd met de ratio van die regels wordt voorkomen, dan wel dat hij een beroep op die regels naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan oordelen. In de onderhavige zaak is dit volgens de Hoge Raad niet aan de orde.

    De Hoge Raaduitspraak heeft gevolgen voor de reikwijdte van de Verplichtstelling van het Bpf StiPP. Heeft u een payroll-, uitzend-, of detacheringsorganisatie dan heeft dit mogelijk gevolgen voor de pensioenregeling. Wilt u meer weten wat de strekking van de uitspraak van de Hoge Raad betekent voor uw bedrijf? Neem dan contact op met ons op tel. 033-7600765.

    DGA krijgt meer tijd bij uitfaseren eigen beheer pensioen

    Blog Single

    In onze vorige nieuwsbrief hebben wij stilgestaan bij het afschaffen van de mogelijkheid om het pensioen van de DGA in eigen beheer op te bouwen.

    De beoogde ingangsdatum van 1 januari 2017 van het wetsvoorstel “Wet uitfasering pensioen in eigen beheer en overige fiscale pensioenmaatregelen” brengt met zich mee dat in de praktijk mogelijk te weinig tijd resteert voor de betrokken partijen om alle noodzakelijke handelingen te verrichten. Dit heeft de Staatssecretaris van Financiën aangegeven in een Nota van Wijziging bij het wetsvoorstel welke hij op 10 november jl. naar de Tweede Kamer heeft gezonden. Als gevolg daarvan heeft hij toegezegd op korte termijn met een beleidsbesluit te komen waarbij hij een extra termijn van drie maanden geeft voor het afronden van de noodzakelijke handelingen.

    Hoewel de beoogde ingangsdatum van het wetsvoorstel 1 januari 2017 blijft, betekent dit wel dat de BV en de DGA tot 1 april 2017 onder meer de tijd krijgen om:

    • een besluit in de algemene vergadering van aandeelhouders te nemen om de pensioenregeling aan te passen;
    • zich door een externe adviseur voldoende te laten informeren over de gevolgen en keuzemogelijkheden;
    • een besluit te nemen over een eventuele overdracht van een extern verzekerd gedeelte naar de eigen BV.

    Hoe wordt omgegaan met een eventuele voortgezette pensioenopbouw in eigen beheer na 1 januari 2017 zal in het beleidsbesluit nader worden bepaald, evenals hoe in dat geval de afkoopwaarde zal worden vastgesteld.